Inspiratie

Jezelf zijn

Wie het heeft over ‘jezelf zijn’, veronderstelt dat er zoiets is als je ware zelf. Sommigen denken dat dat een illusie is. Het idee dat we een zelf hebben, een onveranderlijk ‘ik’, onze essentie, zou gebaseerd zijn op de diep menselijke behoefte continuïteit te zoeken, betekenis dus eigenlijk. Maar volgens hen is er niets waaruit blijkt dat het meer is dan een illusie, dat we een ware zelf hebben.

Anderen besteden er hun leven aan om anderen te helpen zichzelf te zijn, of hun ware zelf te vinden. Dus misschien moet je hen gelovigen noemen: mensen die ervan uitgaan dat je kunt terugvallen op je ware zelf. Tot de laatsten hoort Caroline McHugh. Ze schreef het boek Never Not en Lovely Moon over de kunst van het jezelf zijn. Zie ook deze Ted-lezing.

Caroline McHugh introduceert naast wat we kennen als een meerderwaardigheidscomplex (superiority complex) en een minderwaardigheidscomplex (inferiority complex), iets wat ze het ‘interiority complex’ noemt.

Uit de Ted-lezing (vanaf 10 minuten):

If you have a superiority complex or you have an inferiority complex, you need other people around. For the superiority complex, you need other people to be smaller, for the inferiority complex you need to suffer from ‘I’m going to be found out syndrome‘, so somebody needs to find you out.

Interiority is entirely unrelative, so to operate from this position of interiority, it’s like a perceptual vantage point. It’s a sensibility. It’s an orientation, and it’s the only place in your life, you have no competition.”

Laten we interiority vertalen met ‘innerlijke waardigheid’. Het is wat er over blijft als er niemand meer is om je mee te vergelijken. Sterker nog: als je leeft vanuit dit perspectief, zijn anderen er niet om jou te bevestigen of af te wijzen. Wat een vrijheid geeft dat! Om onder alles iemand te zijn die niet bepaald wordt door anderen, zoals de lucht onaangedaan blijft door het weer.

Wie ben jij als je jezelf bent?

Ik kies, dus ik ben

Filosoof Roman Krznaric in zijn Brainwash Talk vijf verschillende manieren van die de mensheid heeft ontdekt om de dag te plukken. Vijf verschillende betekenissen van carpe diem in de loop der eeuwen.

  1. Grijp de kansen in het leven voor ze voorgoed verdwijnen, of het nu gaat om een nieuwe carrière of het redden van een relatie.
  2. Aanwezig zijn in het hier en nu. Leven in het moment. Dat is een radicaal nieuwe betekenis die een eeuw geleden niet bestond, maar dateert uit de afgelopen vijftien jaar deels door de mindfulness-beweging.
  3. Spontaniteit. Gooi je elektronische kalender weg en ga experimenten aan in je leven.
  4. Het najagen van genot, een betekenis die in de 17e eeuw populair was: het hedonisme. Dat gaat niet over comazuipen, vreemdgaan of een overdosis drugs, maar over je zintuigen volgen; over proeven en voelen en de wereld zintuiglijk waarnemen.
  5. Een politieke vorm. Daarbij komen we massaal bijeen om politiek de dag te plukken om de wereld om ons heen te veranderen. Demonstranten in Berlijn grepen in 1989 de gelegenheid aan om de Muur te laten vallen. Denk ook aan de Occupy-beweging of de Women’s March tegen Trump. Die mensen plukten de dag. Ze pasten het ideaal van Horatius toe op het collectief. Ze zeiden: ‘Carpamus diem. Laten we samen de dag plukken’.

Roman Krznaric: “Ik vind dat we die vijf manieren om de dag te plukken, moeten cultiveren. Dat is wat vrijheid in de 21e eeuw betekent.”

“Het leven draait om het maken van zinvolle keuzes. Kiezen kan soms heel moeilijk zijn maar je kunt het kiezen beschouwen als een creatieve ruimte waarin we de kans krijgen om het script van ons eigen leven te herschrijven.”

“Wat is een mens? Dat vraagt de existentiële therapeut Viktor Frankl. Zijn antwoord was: een mens is iemand die voortdurend beslist wat hij is. Als je die waarheid over het belang van kiezen begrijpt, ben je daadwerkelijk begonnen te leven volgens het credo van carpe diem: ik kies, dus ik ben.”

Kijk hier de hele lezing van Roman Krznaric.

Welke keuzes heb jij afgelopen weken tijdens de corona-lockdown gemaakt?

“Waar gaat je leven over?”

Zodra je de kunst van het vragen stellen beoefent, ga je letten op goede interviewers. Theo van Gogh was zo iemand. Zijn vragen waren opvallend: hij ontlokte mensen verhalen die ze nog nooit eerder verteld hadden. Over zichzelf ook. Hoe deed hij dat?

Vraagzin.nl besteedde onlangs aandacht aan de manier van vragen stellen van Theo van Gogh: “Van Gogh was met name een meester in het stellen van persoonlijke vragen. Ondanks dat zijn vraaggesprekken in Van Gogh’s Zondag en Een Pittig Gesprek nooit lang duurden, wist hij toch vaak tot de kern van iemand door te dringen. Waarbij de geïnterviewde niet weg kwam met nietszeggend geklets of hypocrisie.”

“Dé vraag die Van Gogh typeert, is misschien wel de vraag Waar gaat je leven over?

In het gesprek van Theo van Gogh met Jeroen Pauw, waar Vraagzin.nl naar verwijst, (video), beantwoordt Pauw inderdaad binnen drie minuten de vraag: “Was je graag een vrouw geweest?” En binnen vijf minuten: “Waar gáát je leven over?”

En tot slot: “Is er nog een einddoel, behalve doodgaan?”

Lees hier het hele stuk op Vraagzin.nl

Welke vraag bracht jou ooit op een nieuwe gedachte over jezelf?

Geef je herinneringen weer kleur

“Jarenlang heb ik geleefd zonder aan vroeger te denken. Wanneer ik bij toeval in de geest vluchtig raakte aan het verleden, scheen me toe dat ik veel, het meeste vergeten was. Ik had een gevoel van spijt, van schaamte en weemoed ook omdat ik die eenmaal zo intens doorleefde werkelijkheid van het kind-zijn niet had weten vast te houden. Nu ik bewust zoek naar beelden van vroeger, word ik één met wat er opwelt uit mezelf, ben ik weer daar en toen, en alles is hetzelfde gebleven. Ieder ogenblik uit het verleden met de daaraan verbonden gewaarwordingen en ervaringen bestaat nog en is toegankelijk. Er is niets veranderd. Ik ben ouder geworden en het gebied dat mijn bewustzijn bestrijkt, heeft zich uitgebreid. Als volwassen mens houd ik mij, gezien de eisen van de wereld waarin ik leven moet, vanzelf of noodgedwongen op in bepaalde regionen. Het achterland verdween achter de horizon, maar het is bereikbaar gebleven. Het kind, het meisje dat ik geweest ben, leeft in mij. Het ‘ik’ heeft grotere expansiemogelijkheden, maar de samenstelling is niet veranderd.”

Hella Haasse, in: Zelfportret als legkaart in Het dieptelood van de herinnering, 2003, p. 35/36.

Wil jij ook weer kleur geven aan je herinneringen? Geef je dan op voor de een seizoensgroep Autobiografisch Schrijven. Of doe mee aan een online schrijfmeditatie op een voorlaatste zondag in de maand. Zie hier voor meer informatie.

Pas als je een autobiograaf bent, kan je leven beginnen

Pas als wij autobiografen zijn, kan ons leven beginnen. Pas door afkeer van je verleden of nieuwsgierigheid naar je toekomst, word je autobiografisch. Pas dan kun je je leven in eigen hand nemen en je verantwoordelijk voelen — misschien niet volledig voor je verleden, maar wel voor je toekomst. […]

Autobiografie gaat van mij betreft niet over geschiedschrijving, maar over zelfwording. Als kind je heb je eerst alleen een fysiek contact met de wereld. Gaandeweg komt er een gedachteleven bij, dan kun je gaan beschouwen en interpreteren. […] Als je enkel die fysieke oriëntatie op de wereld houdt, word je niet iemand die zichzelf evalueert, bekijkt en overdenkt, en die zijn eigen biografie ter hand neemt. Pas als wij autobiografen zijn, kan ons leven beginnen.”

René Gude, in Altijd een vertekend beeld, door Marc van Dijk, Trouw 10 maart 2010, zoals geciteerd in Autobiografisch schrijven, van Willemijn Soer (2013, p. 26)

Zie ook: De filosofie van hard werken, door Marli Huijer, Trouw, 27 april 2015.

Wanneer ben je een autobiograaf?

Jezelf leren kennen: geen navelstaarderij

Filosoof Welmoed Vlieger vertelt in De Volkskrant over jonge mensen en burn-out. Mooi interview, lees hier.

We werken steeds meer met ons hoofd. Denkt u dat we daarom massaal aan mentale uitputting lijden?

“Nee. Het zijn vragen als: kan ik dit wel, wil ik dit wel of doe ik dit omdat anderen het van me verwachten? Dáár worden mensen moe van. Dat vraagt om zelfonderzoek: eerlijk jezelf onder ogen zien. Dat los je niet op met een weekendje Parijs.

En, dat vind ik belangrijk om te benadrukken, het is geen navelstaarderij. Want door jezelf te leren kennen – ook je donkere kanten – kan er ook ruimte ontstaan voor anderen. Je kunt je makkelijker verhouden tot anderen, hen accepteren zoals ze zijn.”

Wanneer ken je jezelf?

Boek van een biografisch coach

Biografisch coach Susanne Kruys schreef een boek over het inzetten van biografisch werk in de zorg. Daarvoor interviewde ze o.a. wetenschappers als Trudy Dehue, psychiaters Dirk de Wachter en Jim van Os en hoogleraar zorgethiek Carlo Leget. In de gesprekken die ze voor haar boek voerde, onderzocht Kruys hoe de thema’s in iemands leven tot zingeving kunnen leiden.

In een interview in NRC legt ze het verschil uit tussen je innerlijke en uiterlijke biografie:

“De uiterlijke gaat over: waar ben je opgegroeid, wat heb je gestudeerd, wat heb je voor werk gedaan, waar heb je gewoond, met wie woon je samen? De innerlijke gaat over dat wat jou zin geeft, wat jou in beweging brengt, wat je hogere waarden zijn.”

Beide breng je in kaart. Overzicht brengt vanzelf inzicht.. het wonder van biografisch werken. Ik ben blij dat zij met dit boek meer bekendheid geeft aan dit vak.

Susanne Kruys, De biografie als medicijn. De zin van levensverhalen in de zorg. (Lannoo Campus)

Zie het hele interview hier: NRC Grijp eens terug op iemands levensverhaal

Wat zijn jouw levensthema’s?

Wat had kunnen zijn

On Shedded Leaves

When grasses wild
swept wide my wintery moor
and cool winds
gathered upon the air,
an hour-glass faraway
with weary grains
drew out my clouded dreams
slipping ever faster
in the soft smoke of timely day.
And even as the leaves withered
I sought still
to gather thoughts
of what and when and might have been.

John Scully

Hoeveel niet-geleefde levens draag jij met je mee?

De zin van het leven

“In onze samenleving zijn we erg bezig met antwoorden, met problemen die moeten worden opgelost, met zaken onder controle krijgen. Maar soms gaat het juist om de vragen, zonder duidelijke antwoorden. Ik merk bij anderen soms ongeduld: heb je die duidelijke antwoorden nu nog niet? Nee! Ik ben al 46 jaar, maar ook pas 46. Als ik 80 ben heb ik meer gelaagdheid, meer rimpels, maar ook vast meer te vertellen. Al zullen we het nooit helemaal weten. Maar stel je voor dat we wel zouden weten wat de zin van het leven is? Het niet-weten is ook mooi, dan kun je leren.”

Claartje Kruijff (in gesprek met Fokke Obbema, Volkskrant 14 oktober 2018)

Waar vraag je eigenlijk naar als je vraagt naar ‘de zin van het leven’?